School’s out

Eind augustus mocht ik een bijdrage leveren aan de bijeenkomst School´s out! 

Onderstaand mijn bijdrage:

‘In 2008 ben ik gestopt als directeur op de St. Lukasschool in Amsterdam-Osdorp. De St. Lukasschool was een EGOschool waar Betrokkenheid, Welbevinden en Verbondenheid de hoogste waarden zijn.

In 2008 ben ik medewerker geworden van het NIVOZ, het Nederlands Instituut voor Onderwijs en opvoedingszaken, olv Luc Stevens en Marcel van Herpen. Ik ben daar nu  6 jaar docent PT en Pl.

Daarnaast ben ik in 2008 ook gestart met mijn eigen Onderwijsadviesbureau.

Ik heb mijn bureau heel bewust Vandaag! genoemd vanuit mijn levensmotto: Vandaag is de eerste dag van de rest van je leven! Vandaag kun je er voor kiezen om dingen anders te gaan doen of om andere dingen te gaan doen.

Wat mij betreft heeft Geluk en Gelukkig zijn direct te maken met het regisseur zijn van je eigen leven, met het heft in eigen hand nemen. En dat is voor iedereen mogelijk, als je bereid bent  je open te stellen voor mogelijkheden, kansen en verandering om vervolgens je eigen doelbewuste en gerichte keuzes te maken, je eigen weg te kiezen en verantwoordelijkheid te nemen voor je situatie en je eigen handelen.

En, nee, natuurlijk kun jij lang niet altijd de omstandigheden bepalen maar je hebt wel altijd een keuze hoe je met die omstandigheden omgaat, hoe je reageert in een bepaalde situatie, welke richting je kiest. De uitdaging is om de omstandigheden waarin je leeft en werkt, waar mogelijk en zo veel mogelijk, naar eigen wens vorm te geven.

Toen Marco mij vroeg een bijdrage te leveren aan deze aflevering van School’s out raakte ik  (dus) vanuit mijn eigen overtuigingen direct getriggerd door het thema: ‘Wees meester/juf en vormgever van jezelf’.’ Over geluk en eigenaarschap’ . Oftewel hoe kun je binnen de beschikbare ruimte invloed uitoefenen om je werk, een belangrijk onderdeel van je leven, beter en leuker maken…?

Voor mij heeft dit thema alles te maken met Verbondenheid (met jezelf en van daaruit met de ander en de omgeving) en Verantwoordelijkheid:

Iedere leraar wil dat kinderen intrinsiek gemotiveerd zijn om zich optimaal te ontwikkelen..

Iedere leraar wil zijn leerlingen laten opgroeien tot autonome mensen die een positieve bijdrage kunnen (gaan) leveren aan de maatschappij waarin zij leven….

Iedere leraar wil dat zijn/haar  leerlingen gelukkig zijn en met plezier naar school komen..

Vanzelfsprekend moet je als leraar daartoe beschikken over de noodzakelijk kennis en vaardigheden.

Maar goed onderwijs wordt ten eerste en vooral bepaald door de persoon van de leraar, door wie en hoe hij is, en door de kwaliteit van de interactie tussen die leraar en zijn leerlingen.

Uitgangspunt is dat de leraar zijn eigen instrument is.

De essentie van goed onderwijs is niet om kennis, inhouden en vaardigheden over te dragen maar om de leerlingen in goed afgestemde interacties te ‘bereiken’ (uit te dagen, te begeleiden, te ondersteunen…), zodat zij zich die kennis, inhouden en vaardigheden eigen kunnen en wensen te maken.

Kerntaak van de leraar daarbij is om ten eerste (weer) verbonden te raken met zichzelf ziet. Het is van groot belang  dat de leraar zichzelf ten eerste en vooral ziet als zijn eigen instrument (actor) en vanuit zichzelf de dingen doet en niet als verlengstuk (middel) van een systeem. Hij moet zelf de drijvende kracht zijn in de handeling. Hij ís zijn missie. Hij handelt zijn waarden. Hij handelt vanuit zijn eigen overtuiging. Hij maakt binnen de algemeen geldende context, in vrijheid zijn keuzes. Niet onder dwang. Hij is verbonden met degenen waar hij mee werkt, maar geen moment zonder zijn eigen identiteit te verliezen. Hij handelt naar eer en geweten, intuïtief én tegelijkertijd bewust en legt daar rekenschap over af..

Vanuit die verbondenheid met zichzelf gaat hij goede,  dus goed afgestemde en  betrouwbare, relaties aan met de  leerlingen (en met anderen) onderhoudt hij die, en daagt hij zijn leerlingen uit ook verbonden met zichzelf te raken, met elkaar en met jou. Daardoor zijn leraren én leerlingen in staat om in relatie/verbondenheid, autonoom te handelen en zich optimaal te ontwikkelen…

Verbondenheid met jezelf, de ander en de omgeving zou leidend moeten in de opvoeding en onderwijs en is dé voorwaarde voor leerlingen en leraren mbt hun welbevinden, hierdoor kunnen ze betrokken aan het werk gaan en zich zo optimaal ontwikkelen en goede resultaten behalen.

Verbondenheid is het vertrekpunt en eindpunt. Verbondenheid is doel én middel…

Het  gaat er dus in eerste instantie om dat je als leraar verbonden bent of raakt met jezelf.

Zelfkennis en zelfbewustzijn. Weten wie en hoe je bent, weten waarom jij de dingen doet zoals je ze doet en wat je er mee wilt bereiken, weten welke leraar jij wilt zijn, weten wat voor jou werkelijke van waarde is (jouw moreel en intern kompas), welke waarden je wilt overdragen..

Zelfvertrouwen, kritische zelfverantwoordelijkheid, zelfrespect, zelfwaardering en authenticiteit: de leraar die het verschil maakt,  speelt geen rol maar neemt zichzelf altijd mee. In zijn doen en zeggen wordt hij als persoon zichtbaar.

Deze leraar moet natuurlijk over de noodzakelijke kennis en vaardigheden beschikken, en natuurlijk heft hij zich te houden aan procedures en afspraken maar voor alles durft hij vooral te vertrouwen op zichzelf en te varen op zijn intern kompas en innerlijk weten om van daaruit volledige verantwoordelijkheid te nemen voor zijn handelen.

Deze  leraar  laat zich dus niet blindelings leiden door standaardprocedures, regels of protocollen e.d. Anders hij zijn eigenheid en zal hij zich (mogelijk) minder verantwoordelijk voelen voor zijn handelen…

De leraar, die altijd eerst en vooral een opvoeder is, komt dus met zichzelf en spreekt tot de ander als persoon en doet en zegt wat nodig is. Hij kan zijn handelen altijd en overal verantwoorden/legitimeren en verschuilt zich niet achter een systeem (regels, standaardprocedures of protocollen), waar hij ‘als het hem van pas komt’  ook nog eens op afgeeft.

Deze leraar handelt intuïtief, maar ook bewust. Natuurlijk laat hij zich deels leiden door zijn gevoel, maar hij heeft voor zichzelf helder wat en waartoe hij doet wat hij doet en waartoe hij zegt wat hij zegt…. Achteraf moet hij er rekenschap over af kunnen leggen. Hij neemt zijn uitgangspunt en dat wat hij waarneemt bij het kind -of de kinderen- allebei mee. Je zou kunnen zeggen dat de leraar zich laat opvoeden terwijl hij opvoedt.

Zo wordt het kind gezien en gehoord, maar verliest de leraar niet de stem die hem van binnen aanspreekt. Daardoor wordt het moment uniek en situaties onvoorspelbaar en zijn die interventies om op het juiste moment de goede dingen te doen, nooit in een handleiding terug te vinden. Je zal dan moeten kunnen vertrouwen op jezelf!

De  uitdaging is om jezelf te blijven terwijl je tegelijkertijd je inspant om vanuit een open houding (zonder oordeel, belemmerende overtuigingen, cynisme en/of angst) het perspectief van de ander in te nemen, zodat je de ander kunt verstaan Dat je wilt verstaan en begrijpen wat de ander denkt, voelt, wilt, wat hem bezighoudt, waarom hij doet wat hij doet, waarom hij zegt wat hij zegt, maar vooral om te begrijpen wat hij nodig heeft.. Zodat je kunt doen en/of zeggen wat nodig is, zodat je je handelen en aanbod kunt afstemmen op wat nu nodig is..

Jijzelf bent dus je eigen en belangrijkste instrument bent. En wil je dat instrument ontwikkelen en vormgeven, dan ben jij aan zet. Dat kan niemand plaatsvervangend voor jou doen!

Jij  bent vormgever van jezelf en dus je eigen werkmateriaal. Jij bent eigenaar van je eigen ontwikkeling en leerproces…. De uitdaging/opdracht is om, elke dag opnieuw met een open houding (zonder oordeel, belemmerende overtuigingen, cynisme of angst) te blijven leren van je werk, van je leerlingen van elkaar. De leraar kan niet de kinderen veranderen. Hij zal, in relatie met de kinderen, zichzelf moeten veranderen, waardoor de kinderen anders kunnen gaan reageren. Steeds weer is de vraag dus:

Wat heeft dit kind nodig? Wat vraagt dit kind van mij? om gelukkig te zijn, om zich optimaal te kunnen ontwikkelen

Wat kan ik doen, wat kan ik veranderen (aan jezelf) om er voor te zorgen dat dit kind zich optimaal kan ontwikkelen en gelukkig is…

Wat kan ik doen, wat kan ik veranderen (aan jezelf) om er voor te zorgen dat het gedrag van die leerling verandert, dat die leerling anders kan gaan reageren, dat de situatie verandert.

Jij maakt het verschil door wie en hoe je bent!

De uiteindelijke opdracht is dat de leraar met vertrouwen in zichzelf, in elkaar en in hun leerlingen verantwoordelijkheid nemen voor de verbondenheid, welbevinden en betrokkenheid van alle betrokkenen

Ik wens dat iedereen dat hij/zij verbonden is of weer raakt met zichzelf, zich van daaruit  verbindt met zijn/haar leerlingen, collega’s etc. en voor alles de moed heeft te vertrouwen op zichzelf, op zijn moreel kompas en innerlijk weten om van daaruit te doen en te zeggen wat nodig is en volledig verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen situatie en handelen